Spelregelquiz

Als je het spel niet beoefent, moet je je ook niet met de regels bemoeien.
Vraag 01.
De aanvoerder van een de partijen kan de wedstrijd wegens een blessure niet voortzetten. Geen van zijn partijgenoten wil zijn functie overnemen. Wat beslist de scheidsrechter?
a. hij wijst er zelf een aan.
b. hij vraagt een bestuurslid er een aan te wijzen.
c. hij laat doorspelen.
d. hij staakt de wedstrijd.

Vraag 02.
De lijnen die een speelveld afbakenen;
a. moeten minstens 12 cm. breed zijn.
b. moeten hoogstens 12 cm. breed zijn.
c. moeten 5 tot 15 cm. breed zijn.
d. er zijn geen voorschriften.

Vraag 03.
Als tijdens een wedstrijd een strafschop moet worden genomen, neemt een veldspeler de plaats van de doelverdediger in. Mag dat en moet hij ook als doelverdediger herkenbaar zijn?
a. dat mag wel; hij hoeft niet als doelverdediger herkenbaar te zijn
b. dat mag wel; hij moet wel als doelverdediger herkenbaar zijn.
c. dat mag niet.
d. er zijn geen voorschriften.

Vraag 04.
Kan een scheidsrechter op een beslissing terugkomen?
a. dat mag hij altijd doen.
b. dat mag hij alleen doen als het spel nog niet is hervat en er niet voor rust of einde wedstrijd gefloten is.
c. dat mag hij alleen doen als het spel nog niet is hervat en er niet voor het einde wedstrijd gefloten is.
d. dat mag hij nooit doen.

Vraag 05.
Wanneer is de tijd verstreken?
a. als het eindsignaal klinkt.
b. als de tijd op het horloge van de scheidsrechter verstreken is.
c. als de tijd op het horloge van de scheidsrechter verstreken is, maar hij moet wel de uitwerking van een vrije schop of hoekschop afwachten.
d. als de tijd op het horloge van de scheidsrechter verstreken is, maar hij moet wel de uitwerking van een aanval op het doel afwachten.

Vraag 06.
Er is een doelpunt gescoord tegen partij A. Dat doelpunt wordt toegekend. Deze partij is het daar niet mee eens en weigert af te trappen. Hoe zal de scheidsrechter moeten reageren?
a. de scheidsrechter trapt zelf af.
b. de scheidsrechter laat de tegenpartij aftrappen.
c. de scheidsrechter draagt de aanvoerder van partij A op een van zijn spelers op te dragen de aftrap te verrichten.
d. de scheidsrechter geeft partij A 5 minuten bedenktijd.

Vraag 07.
Tijdens het spel komt de bal tegen de assistent-scheidsrechter aan, die op de zijlijn loopt. Hierdoor blijft de bal in het speelveld. Een speler pakt de bal in zijn handen en wil inwerpen. Wat moet de scheidsrechter nu beslissen?
a. inworp normaal uitvoeren.
b. scheidsrechtersbal, omdat er van een vergissing sprake is.
c. directe vrije schop wegens het spelen van de bal met de hand.
d. directe vrije schop wegens het spelen van de bal met de hand en een waarschuwing door het tonen van de gele kaart wegens spelbederf.

Vraag 08.
Een aanvaller weet met de bal onder controle de laatste verdediger te passeren en gaat recht op het doel af. De doelverdediger rent nu zijn doel uit en brengt de aanvaller in het strafschopgebied opzettelijk en op onreglementaire wijze ten val. Wat beslist de scheidsrechter?
a. een strafschop en een waarschuwing door het tonen van de gele kaart voor de doelverdediger.
b. een strafschop en het wegzenden van de doelverdediger door het tonen van de rode kaart.
c. een strafschop en een vermaning voor de doelverdediger.
d. een strafschop.

Vraag 09.
Welke straffen staat er voor het spuwen van een medespeler?
a. directe vrije schop + een waarschuwing door het tonen van de gele kaart.
b. directe vrije schop + het wegzenden door het tonen van de rode kaart.
c. indirecte vrije schop + een waarschuwing door het tonen van de gele kaart.
d. indirecte vrije schop + het wegzenden door het tonen van de rode kaart.

Vraag 10.
Mag de scheidsrechter een door hem gegeven waarschuwing ongedaan maken?
a. ja, als hij ervan overtuigd is dat de waarschuwing ten onrechte is gegeven.
b. ja, als de aanvoerder van de tegenpartij accoord gaat.
c. neen, tenzij hij heeft verzuimd de aanvoerder van de waarschuwing op de hoogte te stellen.
d. neen, dat is onder geen enkele omstandigheid toegestaan.


Vraag 01.Het juiste antwoord is C
Vraag 02.Het juiste antwoord is B
Vraag 03.Het juiste antwoord is B
Vraag 04.Het juiste antwoord is B
Vraag 05.Het juiste antwoord is B
Vraag 06.Het juiste antwoord is C
Vraag 07.Het juiste antwoord is C
Vraag 08.Het juiste antwoord is B
Vraag 09.Het juiste antwoord is D
Vraag 10.Het juiste antwoord is D

Vraag 11.
Terwijl het spel zich op het middenveld ontwikkelt, kijkt de scheidsrechter om en ziet dat in het strafschopgebied van partij A een verdediger een aanvaller slaat. Hoe reageert de scheidsrechter?
a. hij zendt de verdediger van het speelveld door het tonen van een rode kaart en hervat het spel met een strafschop tegen A.
b. hij zendt de verdediger van het speelveld door het tonen van een rode kaart en hervat het spel met een scheidsrechtersbal op de plaats waar de verdediger de aanvaller sloeg.
c. hij zendt de verdediger van het speelveld door het tonen van een rode kaart en hervat het spel met een scheidsrechtersbal op de plaats waar de bal was toen de scheidsrechter het spel onderbrak.
d. hij zendt de verdediger van het speelveld door het tonen van een rode kaart en hervat het spel met een directe vrije schop tegen partij A op de plaats waar de bal was toen de scheidsrechter het spel onderbrak.

Vraag 12.
Bij welke van de onderstaande spelhervattingen mag men dichter dan 9.15 m. bij de bal staan?
a. de strafschoppen die na afloop een beslissing moeten brengen.
b. de strafschop waarvoor de speeltijd wordt verlengd.
c. de indirecte vrije schop voor de aanvallende partij in het strafschopgebied van de tegenpartij.
d. de indirecte vrije schop voor de aanvallende partij op de lijn van het doelgebied van de tegenpartij.

Vraag 13.
Omdat vlak voor tijd een elftal achter staat, verlaat de doelverdediger, die eenzelfde kleur shirt aan heeft als de doelverdediger van de tegenpartij, zijn doel en trekt mee met de aanval. Hoe zal de scheidsrechter hierop reageren?
a. hij laat het zonder meer toe.
b. hij onderbreekt het spel en geeft de doelverdediger een waarschuwing door het tonen van de gele kaart, omdat deze hem niet heeft geïnformeerd.
c. hij onderbreekt het spel en zegt dat de doelverdediger dat alleen mag, als hij het shirt van zijn elftal aantrekt.
d. hij onderbreekt het spel zodra deze doelverdediger in de buurt van de andere doelverdediger komt, omdat verwarring kan ontstaan.

Vraag 14.
Wanneer een spelhervatting genomen wordt, moet de afstand tussen de spelers van de tegenpartij en de bal minstens 9.15 m. zijn. Wanneer moet de afstand groter zijn?
a. de veldspelers bij een strafschop.
b. bij een hoekschop.
c. bij een doelschop.
d. bij een aftrap.

Vraag 15.
Bij een inworp gaat een tegenstander voor de inwerper staan, om het inwerpen te belemmeren. Hoe reageert de scheidsrechter?
a. dat mag als de tegenstander stil staat en niet schreeuwt.
b. dat mag als de tegenstander stil staat, niet schreeuwt en zich niet buiten het speelveldbegeeft.
c. dat mag nooit.
d. dat mag zolang hij 2 meter aftstand houdt van de zijlijn waar de inworp plaatsvindt.

Vraag 16.
De inwerper laat de bal per ongeluk vallen. De scheidsrechter ziet dit. De bal komt bij een tegenstander terecht. Hoe reageert de scheidsrechter?
a. hij laat doorspelen, omdat hij de voordeelregel toepast.
b. hij onderbreekt het spel en laat de tegenpartij inwerpen.
c. hij onderbreekt het spel en laat dezelfde partij opnieuw inwerpen.
d. hij onderbreekt het spel en hervat het spel met een scheidsrechtersbal.

Vraag 17.
De doelverdediger weet, daarbij geholpen door de harde wind, de bal vanuit zijn eigen strafschopgebied rechtstreeks in het doel van de tegenpartij te schieten. Wat kan de scheidsrechter beslissen?
a. doelschop.
b. scheidsrechtersbal.
c. aftrap na geldig doelpunt.
d. aftrap na geldig doelpunt of doelschop.

Vraag 18.
Uit een hoekschop wordt de bal tegen de paal geschoten. Voordat een andere speler de bal aanraakt, wordt de terugkomende bal door de nemer van de hoekschop via de doelverdediger in het doel geschoten. Wat beslist de scheidsrechter ?
a. hoekschop overnemen, omdat de bal tweemaal door dezelfde speler werd gespeeld.
b. indirecte vrije schop op de plaats waar de bal voor de tweede keer werd gespeeld.
c. het doelpunt wordt goedgekeurd.
d. directe vrije schop op de plaats waar de bal voor de tweede keer werd gespeeld.

Vraag 19.
Een toeschouwer probeert de bal tegen te houden die in het doel dreigt te gaan tijdens het spel. Hij raakt de bal, maar deze verdwijnt toch in het doel. Hoe hervat de scheidsrechter het spel?
a. met een scheidsrechtersbal.
b. met een aftrap na geldig doelpunt.
c. met een doelschop voor de verdedigende partij.
d. met een indirecte vrije schop op de plaats waar de bal geraakt werd.

Vraag 20.
Een speler neemt een indirecte vrije schop vanuit zijn eigen strafschopgebied. De bal is in het spel, nadat ..........
a. hij een afstand gelijk aan zijn omtrek heeft afgelegd.
b. hij rechtstreeks buiten het strafschopgebied is getrapt.
c. hij door een medespeler of tegenstander is aangeraakt.
d. hij een afstand gelijk aan zijn omtrek heeft afgelegd en buiten het strafschopgebied is gekomen.


Vraag 11.Het juiste antwoord is A
Vraag 12.Het juiste antwoord is D
Vraag 13.Het juiste antwoord is A
Vraag 14.Het juiste antwoord is C
Vraag 15.Het juiste antwoord is D
Vraag 16.Het juiste antwoord is C
Vraag 17.Het juiste antwoord is D
Vraag 18.Het juiste antwoord is B
Vraag 19.Het juiste antwoord is A
Vraag 20.Het juiste antwoord is B

Vraag 21.
Als de tegenstander naar de bal trapt die door de doelverdediger wordt vastgehouden, zal de scheidsrechter .......
a. hem bestraffen met een directe vrije schop wegens gevaarlijk aanvallen.
b. hem bestraffen met een indirecte vrije schop wegens gevaarlijk spel.
c. hem niet bestraffen.
d. het spel onderbreken en laten hervatten met een scheidsrechtersbal.

Vraag 22.
Een wisselspeler (12e speler) loopt van de spelersbank het speelveld in. In zijn eigen strafschop-gebied trapt hij een tegenstander. De scheidsrechter heeft het trappen van de 12e speler zien gebeuren. Hoe reageert hij?
a. hij onderbreekt het spel, zendt de wisselspeler van het speelveld en hervat met een scheidsrechtersbal.
b. hij onderbreekt het spel, zendt de wisselspeler van het speelveld en hervat met een indirecte vrije schop.
c. hij onderbreekt het spel, zendt de wisselspeler van het speelveld en hervat met een strafschop.
d. hij onderbreekt het spel, geeft de wisselspeler een waarschuwing en hervat met een scheidsrechtersbal.

Vraag 23.
Mag een speler worden aangevallen door twee tegenstanders op hetzelfde moment?
a. neen, de scheidsrechter moet een indirecte vrije schop toekennen aan de tegenpartij.
b. neen, de scheidsrechter moet een directe vrije schop toekennen aan de tegenpartij.
c. dit mag wel, maar het moet correct gebeuren, dus in strijd om de bal en schouder tegen schouder.
d. ja, dit mag wel, omdat afhouden in strijd om de bal is toegestaan, mits dit geschiedt door één speler tegelijk.

Vraag 24.
Staande buiten het strafschopgebied slaat een verdediger een aanvaller, die in het strafschopgebied staat. Hoe reageert de scheidsrechter, als de bal op het ogenblik van slaan in het spel is?
a. wegzending van de slaande speler door het tonen van de rode kaart en hervatten met een directe vrije schop op de plaats waar hij stond.
b. wegzending van de slaande speler door het tonen van de rode kaart en hervatten met een directe vrije schop op de 16-meterlijn.
c. wegzending van de slaande speler door het tonen van de rode kaart en hervatten met een strafschop.
d. wegzending van de slaande speler door het tonen van de rode kaart en hervatten met een scheidsrechtersbal.

Vraag 25.
Eén speler van partij A en één van partij B komen op de zijlijn met elkaar onopzettelijk in botsing. De speler van A moet verzorgd worden, waarvoor de scheidsrechter het spel onderbreekt. Hoe hervat hij het spel, nadat de gewonde speler is opgelapt?
a. de partij van de gewonde speler neemt een indirecte vrije schop.
b. de partij van de gewonde speler neemt een directe vrije schop.
c. met een scheidsrechtersbal.
d. met een inworp.

Vraag 26.
Stelling 1: Als men de bal rechtstreeks ontvangt uit een hoekschop, inworp kan men nooit strafbaar buitenspel staan.
Stelling 2: Een indirecte vrije schop wordt altijd gegeven op de plaats waar de overtreding werd begaan.
a. stelling 1 en 2 zijn beide onjuist.
b. stelling 1 en 2 zijn beide juist.
c. alleen stelling 1 is juist.
d. alleen stelling 2 is juist.

Vraag 27.
Welke van de hieronder staande overtredingen wordt bestraft met een indirecte vrije schop?
a. het vasthouden van een tegenstander.
b. het met de handen wegduwen van een tegenstander.
c. gevaarlijk aanvallen.
d. spuwen naar de scheidsrechter

Vraag 28.
Bij een inworp van partij A verdwijnt de bal via de scheidsrechter in het doel van partij B. Wat beslist de scheidsrechter?
a. doelpunt toekennen.
b. doelschop voor partij B.
c. hoekschop voor partij A.
d. inworp overnemen.

Vraag 29.
De handleiding voor scheidsrechters kent 17 regels. Waar handelt regel 13 over?
a. de strafschop.
b. de vrije schop.
c. de inworp.
d. de doelschop.

Vraag 30.
Welke van de hieronder staande spelhervattingen hoort niet in dit rijtje thuis?
a. hoekschop.
b. strafschop.
c. directe vrije schop.
d. inworp.


Vraag 21.Het juiste antwoord is B
Vraag 22.Het juiste antwoord is B
Vraag 23.Het juiste antwoord is C
Vraag 24.Het juiste antwoord is C
Vraag 25.Het juiste antwoord is C
Vraag 26.Het juiste antwoord is C
Vraag 27.Het juiste antwoord is D
Vraag 28.Het juiste antwoord is B
Vraag 29.Het juiste antwoord is B
Vraag 30.Het juiste antwoord is D

Vraag 31.
In het amateurvoetbal moet een beslissingswedstrijd gespeeld worden op een neutraal terrein. Beide partijen hebben echter hetzelfde tenue. Wie moet er nu een ander tenue aantrekken?
a. dat bepaalt de scheidsrechter.
b. het eerste in de Officiële Mededelingen genoemde partij.
c. het tweede in de Officiële Mededelingen genoemde partij.
d. omdat hierover niets is bepaald in de reglementen, wordt dit beslist door het Bondsburo.

Vraag 32.
De bal is op het middenveld in het spel. De scheidsrechter ziet nu dat een speler zijn tegenstander een klap geeft en onderbreekt het spel. De slaande speler wordt weggezonden door het tonen van de rode kaart. Op welke wijze kan nu het spel niet worden hervat?
a. met een strafschop.
b. met een directe vrije schop.
c. met een indirecte vrije schop.
d. met een scheidsrechtersbal.

Vraag 33.
Een elftal heeft slechts een wisselspeler, die als assistent-scheidsrechter dienst doet. Op een gegeven moment moet hij invallen. Later valt er weer een speler uit. Mag de eerst uitgevallen speler nu weer invallen als hij zich fit voelt ?
a. ja, dat mag altijd.
b. ja, na goedkeuring van de scheidsrechter en de beide aanvoerders.
c. neen, dit is nooit toegestaan.
d. ja, na goedkeuring van de scheidsrechter.

Vraag 34.
De scheidsrechter geeft een speler een waarschuwing door het tonen van de gele kaart en hervat het spel met een indirecte vrije schop. In welke situatie heeft de scheidsrechter juist gehandeld?
a. als de speler een discriminerende opmerking maakt tegenover de assistent-scheidsrechter.
b. als de speler een medespeler spuwt.
c. als de speler een tegenstander op grove wijze beledigt.
d. als de speler aanmerkingen maakt op de leiding.

Vraag 35.
Onder bepaalde voorwaarden mag men de doelverdediger aanvallen. Welke voorwaarde hoort niet in het onderstaande rijtje thuis?
a. de doelverdediger is met beide benen van de grond.
b. de doelverdediger bevindt zich buiten zijn doelgebied.
c. de doelverdediger hindert opzettelijk een tegenstander.
d. de doelverdediger houdt de bal vast, staande op de grond.

Vraag 36.
Een veldspeler die binnen het eigen doelgebied staat, slaat met een scheenbeschermer die hij in zijn hand houdt, tegen de bal aan en voorkomt zodoende dat er een doelpunt wordt gemaakt. Wat zal de scheidsrechter hier beslissen?
a. hij kent een strafschop toe.
b. hij kent een strafschop toe en geeft de speler een waarschuwing door het tonen van de gele kaart.
c. hij geeft een indirecte vrije schop en een waarschuwing door het tonen van de gele kaart aan de speler.
d. hij kent een strafschop toe en zendt de speler van het speelveld door het tonen van de rode kaart.

Vraag 37.
Een doelverdediger wordt bij het wegwerken van de bal gehinderd door een aanvaller die de ontwijkende bewegingen van de doelverdediger volgt. De aanvaller wordt bestraft wegens:
a. onbehoorlijk gedrag.
b. gevaarlijk spel.
c. ongeoorloofde obstructie.
d. gevaarlijk aanvallen.

Vraag 38.
Stelling 1:
Met uitzondering van een overtreding bij een inworp kan een overtreding buiten het speelveld nooit bestraft worden met een vrije schop.
Stelling 2:
Als men de bal rechtstreeks ontvangt uit een doelschop, hoekschop of inworp kan men nooit strafbaar buitenspel staan.
a. alleen stelling 1 is juist.
b. alleen stelling 2 is juist.
c. stelling 1 en 2 zijn beide juist.
d. stelling 1 en 2 zijn beide onjuist.

Vraag 39.
De trainer in het amateurvoetbal komt nabij de middenlijn het speelveld in en bemoeit zich met de leiding van de scheidsrechter. Deze onderbreekt hiervoor het spel. Hoe zal de scheidsrechter hier moeten handelen?
a. hij laat de trainer door de aanvoerder achter de afrastering zenden en hervat het spel met een scheidsrechtersbal op de plaats waar de bal was.
b. hij laat de trainer door de aanvoerder achter de afrastering zenden en laat het spel hervatten met een indirecte vrije schop vanaf de plaats waar de bal was.
c. hij laat de trainer door de aanvoerder achter de afrastering zenden en hervat het spel met een scheidsrechtersbal op de plaats waar de trainer was.
d. hij zendt de trainer weg door het tonen van de rode kaart en laat het spel hervatten met een scheidsrechtersbal op de plaats waar de bal was.

Vraag 40.
In de rust hebben de doelverdediger en een veldspeler van tenue gewisseld. Als het spel in de tweede helft een paar minuten aan de gang is, wordt dit opgemerkt door de scheidsrechter. Op welke manier zal deze nu juist handelen?
a. hij geeft beide spelers een waarschuwing door het tonen van de gele kaart zodra dit mogelijk is, zonder het spel hiervoor te onderbreken.
b. hij onderbreekt het spel, geeft beide spelers een waarschuwing door het tonen van de gele kaart en hervat het spel met een scheidsrechtersbal
c. hij onderbreekt het spel, geeft beide spelers een waarschuwing door het tonen van de gele kaart en laat het spel hervatten met een indirecte vrije schop voor de tegenpartij.
d. hij wacht tot de bal uit het spel is. Speelt één van beiden eerder de bal, dan wordt het spel onderbroken, krijgen beide spelers een waarschuwing door het tonen van de gele kaart en wordt het spel hervat met een indirecte vrije schop voor de tegenpartij.


Vraag 31.Het juiste antwoord is C
Vraag 32.Het juiste antwoord is C
Vraag 33.Het juiste antwoord is C
Vraag 34.Het juiste antwoord is D
Vraag 35.Het juiste antwoord is A
Vraag 36.Het juiste antwoord is D
Vraag 37.Het juiste antwoord is C
Vraag 38.Het juiste antwoord is C
Vraag 39.Het juiste antwoord is D
Vraag 40.Het juiste antwoord is A

Vraag 41.
De scheidsrechter constateert dat een speler zich tijdens het spel schuldig maakt aan ernstig gemeen spel tegenover een tegenstander. De scheidsrechter onderbreekt het spel. Wat is de disciplinaire straf voor deze speler?
a. Hij wordt van het speelveld gezonden door het tonen van de rode kaart.
b. Hij krijgt een waarschuwing door het tonen van de gele kaart.
c. Hij krijgt een waarschuwing door het tonen van de gele kaart of wordt van het speelveld gezonden door het tonen van de rode kaart.
d. Hij krijgt een vermaning of wordt van het speelveld gezonden door het tonen van de rode kaart.

Vraag 42.
Tijdens een oponthoud meldt een te laat komende speler zich volgens de regels bij de scheids-rechter. Beiden staan dan binnen het speelveld. De scheidsrechter controleert het schoeisel van betreffende speler en geeft hem op grond daarvan geen toestemming mee te doen. Daarop beledigt de speler de scheidsrechter. Wat beslist de scheidsrechter ?
a. Hij zendt de speler van het speelveld door het tonen van de rode kaart, maar laat een invaller toe, omdat het spel "dood" was, toen de scheidsrechter beledigd werd.
b. Hij zendt de speler van het speelveld door het tonen van de rode kaart, maar laat een invaller toe, omdat de speler nog niet meegespeeld had, toen hij de scheidsrechter beledigde.
c. Hij zendt de speler van het speelveld door het tonen van de rode kaart, maar laat geen invaller toe, omdat de te laat komende speler geacht wordt deel uit te maken van zijn ploeg.
d. Hij zendt de speler van het speelveld door het tonen van de rode kaart, maar laat geen invaller toe, omdat dat nooit kan als iemand de scheidsrechter beledigt.

Vraag 43.
Een verdediger maakt in een uiterste poging om de bal op een tegenstander te veroveren een sliding. Behalve de bal wordt hierbij ook de benen van een tegenstander meegenomen, waardoor deze ten val komt. De scheidsrechter beslist tot......
a. door laten spelen.
b. het spel onderbreken en een indirecte vrije schop toekennen.
c. het spel onderbreken en een directe vrije schop toekennen.
d. het spel onderbreken en een scheidsrechtersbal geven.

Vraag 44.
Een aanvaller speelt een indirecte vrije schop 50 cm. voorwaarts, waarna een medespeler de bal op het doel schiet. De bal wordt door de doelverdediger over zijn doel geslagen. Wat zal de spelhervatting zijn?
a. indirecte vrije schop voor de aanvallende partij.
b. scheidsrechtersbal wegens het verkeerd uitvoeren van de indirecte vrije schop.
c. indirecte vrije schop voor de verdedigende partij.
d. hoekschop.

Vraag 45.
Een toeschouwer probeert de bal tegen te houden die naast het doel dreigt te gaan. Hij raakt de bal, maar deze verdwijnt nu in het doel. Hoe hervat de scheidsrechter het spel?
a. met een scheidsrechtersbal.
b. met een aftrap na geldig doelpunt.
c. met een doelschop voor de verdedigende partij.
d. met een indirecte vrije schop op de plaats waar de bal geraakt werd.

Vraag 46.
Wat wordt er ten aanzien van de lijnen geadviseerd, indien er op een besneeuwd veld wordt gespeeld?
a. lijnen te trekken in de kleuren zwart of groen.
b. lijnen te trekken in de kleuren rood of blauw.
c. lijnen sneeuwvrij te maken.
d. lijnen sneeuwvrij te maken en op het sneeuwvrije gedeelte witte lijnen te trekken.

Vraag 47.
Er wordt een doelschop genomen. Een aanvaller van de tegenpartij, staande op de lijn van hetzelfde strafschopgebied, vangt de bal rechtstreeks uit de doelschop op en kopt de bal van boven de lijn van het strafschopgebied in het doel. Wat zal de beslissing van de scheidsrechter dienen te zijn?
a. hij zal een doelpunt toekennen.
b. hij zal een indirecte vrije schop toekennen aan de verdedigende partij.
c. hij zal een directe vrije schop toekennen aan de verdedigende partij.
d. hij zal de doelschop laten overnemen.

Vraag 48.
Tijdens een beslissingswedstrijd kent de scheidsrechter een indirecte vrije schop toe aan de aanvallende partij, op 16 m. van het doel van de tegenpartij. De aanvaller die de schop neemt, schiet hem rechtstreeks naar het doel van de tegenpartij. Een op de doellijn staande verdediger, niet zijnde de doelman, stompt de bal met de vuist over het doel, voordat de bal de doellijn is gepasseerd. Wat zal de scheidsrechter nu moeten beslissen?
a. hij zal een strafschop toekennen aan de aanvallende partij en de verdediger van het speelveld zenden door het tonen van de rode kaart.
b. hij zal een strafschop toekennen aan de aanvallende partij en de verdediger een waarschuwing geven door het tonen van de gele kaart.
c. hij zal een hoekschop toekennen aan de aanvallende partij en de verdediger een waarschuwing geven door het tonen van de gele kaart.
d. hij zal een hoekschop toekennen aan de aanvallende partij en de verdediger van het speelveld zenden door het tonen van de rode kaart.

Vraag 49.
Tijdens het nemen van een hoekschop staan twee aanvallers in het doelgebied. Om bij de bal te kunnen komen duwt de doelverdediger één van de aanvallers weg met zijn handen, waarna hij de bal over het doel stompt. Hoe moet het spel nu hervat worden?
a. met een hoekschop.
b. met een indirecte vrije schop tegen de aanvallers.
c. met een indirecte vrije schop tegen de doelman.
d. met een strafschop tegen de doelman.

Vraag 50.
Doelnetten moeten niet te strak gespannen zijn. Zijn er nog meer voorschriften voor doelnetten?
a. neen, er zijn verder geen voorschriften.
b. ja, zij moeten stevig aan de doelpalen en doellat bevestigd zijn, goed ondersteund en mogen de doelverdediger niet hinderen.
c. ja, zij moeten stevig aan de doelpalen en doellat bevestigd zijn en ook aan de grond op minimaal 1.85 m. van de buitenzijde van de doellijn.
d. ja, zij moeten stevig aan de doelpalen en doellat bevestigd zijn en ook aan de grond op minimaal 2.44 m. van de buitenzijde van de doellijn.


Vraag 41.Het juiste antwoord is A
Vraag 42.Het juiste antwoord is C
Vraag 43.Het juiste antwoord is C
Vraag 44.Het juiste antwoord is D
Vraag 45.Het juiste antwoord is A
Vraag 46.Het juiste antwoord is B
Vraag 47.Het juiste antwoord is D
Vraag 48.Het juiste antwoord is B
Vraag 49.Het juiste antwoord is D
Vraag 50.Het juiste antwoord is B

Vraag 51.
De verdedigende partij schiet een directe vrije schop van binnen het eigen strafschopgebied per ongeluk rechtstreeks in eigen doel. Wat beslist de scheidsrechter?
a. hoekschop
b. doelschop
c. directe vrije schop overnemen
d. indirecte vrije schop voor de tegenpartij.

Vraag 52.
Met de bal tussen de benen geklemd slaagt een aanvaller erin al huppend het doelvlak van de tegenpartij volledig te passeren. Wat beslist de scheidsrechter?
a. een directe vrije schop tegen de aanvaller. Men mag niet met twee benen aanvallen.
b. een indirecte vrije schop tegen de aanvaller en een waarschuwing door het tonen van de gele kaart.
c. een indirecte vrije schop tegen de aanvaller, omdat deze speelwijze gevaarlijk spel uitlokt.
d. een aftrap na geldig doelpunt.

Vraag 53.
Een te laat gekomen speler loopt bij een aanval op zijn eigen doel zonder toestemming van de scheidsrechter het veld op en brengt in zijn eigen strafschopgebied een doorgebroken tegenstander onreglementair ten val. Wat beslist de scheidsrechter?
a. indirecte vrije schop + waarschuwing door het tonen van de gele kaart wegens onbehoorlijk gedrag.
b. strafschop + wegzenden van deze speler door het tonen van de rode kaart wegens ernstig gemeen spel.
c. strafschop + waarschuwing door het tonen van de gele kaart voor deze speler wegens ernstig gemeen spel.
d. strafschop.

Vraag 54.
Nadat een hoekschop is afgeslagen en de bal zich ter hoogte van de middenlijn bevindt, beledigt de doelverdediger die 4 m. voor zijn doel staat, op grove wijze de scheidsrechter. Hoe reageert de scheidsrechter?
a. hij zendt de doelverdediger van het speelveld door het tonen van de rode kaart en hervat met een indirecte vrije schop voor de tegenpartij te nemen vanaf die lijn van het doelgebied die evenwijdig loopt aan de doellijn, het dichtst bij de plaats van de overtreding.
b. hij zendt de doelverdediger van het speelveld door het tonen van de rode kaart en hervat met een indirecte vrije schop voor de tegenpartij op de plaats van de overtreding.
c. hij zendt de doelverdediger van het speelveld door het tonen van de rode kaart en hervat met een indirecte vrije schop voor de tegenpartij op de plaats waar de bal was, toen de scheidsrechter het spel onderbrak.
d. hij zendt de doelverdediger van het speelveld door het tonen van de rode kaart en hervat het spel met een strafschop voor de tegenpartij.

Vraag 55
Bij een inworp laat de inwerper zich voorover vallen en duwt de bal hardhandig in het gezicht van een tegenstander die zich binnen het speelveld bevindt. Hoe wordt het spel hervat, nadat de inwerpende speler van het speelveld is gezonden door het tonen van de rode kaart?
a. met een directe vrije schop op de zijlijn, het dichtst gelegen bij de plaats waar de inwerper stond.
b. met een directe vrije schop op de plaats waar de tegenstander stond.
c. met een inworp voor dezelfde partij.
d. met een inworp door de andere partij.

Vraag 56.
Een speler bevindt zich in zijn eigen strafschopgebied en raakt juist buiten dit gebied, maar binnen het speelveld, de bal opzettelijk met de hand. Nadat de scheidsrechter het spel heeft onderbroken, wordt het spel hervat met een ...
a. scheidsrechtersbal.
b. indirecte vrije schop.
c. directe vrije schop.
d. strafschop.

Vraag 57.
In een poging de bal te bereiken, die zich buiten het strafschopgebied bevindt, duwt een verdediger een tegenstander die binnen dat gebied staat, op onreglementaire wijze weg. De scheidsrechter onderbreekt het spel. Hoe moet het spel nu hervat worden?
a. met een strafschop.
b. met een directe vrije schop op de plaats waar de tegenstander stond, toen werd onderbroken.
c. met een directe vrije schop op de plaats waar de verdediger stond, toen werd onderbroken.
d. met een indirecte vrije schop op de plaats waar de bal was, toen werd onderbroken.

Vraag 58.
Wat moet de scheidsrechter beslissen, als een speler bij een inworp de bal per ongeluk in het speelveld laat vallen en de bal daarna opraapt?
a. hij zal aan de tegenpartij een directe vrije schop toekennen wegens het spelen van de bal met de hand.
b. hij zal aan de tegenpartij een indirecte vrije schop toekennen wegens het tweemaal spelen van de bal met de hand.
c. hij zal de tegenpartij nu laten inwerpen.
d. hij zal dezelfde partij nogmaals laten inwerpen.

Vraag 59.
Op het moment dat de bal de grond raakt bij een scheidsrechtersbal, trapt een verdediger de bal in het eigen doel. Wat moet de scheidsrechter beslissen?
a. hij zal de scheidsrechtersbal opnieuw doen.
b. hij zal een doelpunt toekennen.
c. hij zal een hoekschop toekennen aan de aanvallende partij.
d. hij zal een doelschop toekennen aan de verdedigende partij.

Vraag 60.
Wat zal de spelhervatting zijn bij:
1. gevaarlijk spel en
2. gevaarlijk aanvallen,
ervan uitgaande dat de genoemde overtredingen in de middencirkel worden begaan?
a. in beide gevallen een indirecte vrije schop.
b. in beide gevallen een directe vrije schop.
c. bij 1. een indirecte vrije schop en bij 2. een directe vrije schop.
d. bij 1. een directe vrije schop en bij 2. een indirecte vrije schop.


Vraag 51.Het juiste antwoord is C
Vraag 52.Het juiste antwoord is D
Vraag 53.Het juiste antwoord is B
Vraag 54.Het juiste antwoord is A
Vraag 55.Het juiste antwoord is C
Vraag 56.Het juiste antwoord is C
Vraag 57.Het juiste antwoord is A
Vraag 58.Het juiste antwoord is D
Vraag 59.Het juiste antwoord is B
Vraag 60.Het juiste antwoord is C

Vraag 61.
Wat zal de spelhervatting zijn, als de doelverdediger met de bal in zijn hand buiten het strafschopgebied komt bij de zesde pas?
a. een indirecte vrije schop op de plaats waar de doelverdediger het strafschopgebied verliet.
b. een directe vrije schop op de plaats waar de doelverdediger de vijfde pas deed.
c. een indirecte vrije schop op de plaats waar de doelverdediger de vijfde pas deed.
d. een directe vrije schop op de plaats waar de doelverdediger het strafschopgebied verliet.

Vraag 62.
Bij het nemen van de hoekschop staat een speler van de tegenpartij niet op 9.15 m. afstand. De hoekschopnemer schiet de bal desondanks rechtstreeks in het doel van de tegenpartij. De scheidsrechter beslist:
a. doelpunt.
b. overnemen van de hoekschop.
c. vrije schop voor de tegenpartij, omdat de hoekschopnemer had moeten wachten totdat de scheidsrechter ervoor gezorgd had dat de speler op 9.15 m. ging staan.
d. vrije schop voor de hoekschopnemer.

Vraag 63.
Bij het nemen van de hoekschop staat een speler van de tegenpartij niet op 9.15 m. afstand. De hoekschopnemer schiet de bal toch naar voren en de bal wordt door de doelverdediger onder-schept. De scheidsrechter beslist:
a. vrije schop voor de tegenpartij, omdat de hoekschopnemer had moeten wachten totdat de scheidsrechter ervoor gezorgd had dat de speler op 9.15 m. ging staan.
b. overnemen van de hoekschop.
c. vrije schop voor de hoekschopnemer.
d. overnemen van de hoekschop en een waarschuwing voor de verdediger door het tonen van de gele kaart.

Vraag 64.
Bij een doelschop loopt een aanvaller te vroeg toe. Een verdediger ziet dit en blokkeert hem de weg naar de bal. De scheidsrechter wacht tot de bal buiten het strafschopgebied is gekomen, onderbreekt dan het spel, zendt de verdediger van het speelveld door het tonen van de rode kaart en hervat het spel met een strafschop voor de aanvallende partij. Zijn deze beslissingen juist?
a. de verdediger had niet van het speelveld moeten worden verwijderd (een geval van obstructie).
b. neen, op het moment van de overtreding was de bal nog binnen het strafschopgebied, zodat de doelschop moet worden overgenomen. De persoonlijke straf is afhankelijk van de ernst van de overtreding.
c. ja, de scheidsrechter had gedeeltelijk gelijk; het wegzenden van de speler door het tonen van de rode kaart is juist, doch de doelschop moet worden overgenomen.
d. ja, de scheidsrechter had gedeeltelijk gelijk; het toekennen van de strafschop is juist; de speler had hij niet moeten worden weggezonden door het tonen van de rode kaart.

Vraag 65.
Een veldspeler neemt een doelschop, struikelt en speelt de bal, voordat deze buiten het straf-schopgebied is, opzettelijk met de hand. Wat beslist de scheidsrechter?
a. indirecte vrije schop tegen de nemer wegens het tweemaal spelen van de bal.
b. strafschop.
c. doelschop overnemen.
d. doorspelen.

Vraag 66.
De spits van partij A ontvangt de bal rechtstreeks uit een doelschop van zijn partij. Hij heeft alleen nog de doelverdediger van partij B voor zich. Als hij op het doel schiet, laat deze doelverdediger van partij B de bal zonder meer lopen. Welke beslissing neemt de scheidsrechter ?
a. indirecte vrije schop wegens buitenspel.
b. indirecte vrije schop wegens onbehoorlijk gedrag van de doelverdediger.
c. doelpunt.
d. scheidsrechtersbal.

Vraag 67.
Om weer in het bezit van de bal te komen gooit een speler bij een inworp de bal tegen de rug van een tegenstander. Hij doet dat niet ruw, maar duidelijk bedoeld als een tactische handeling. Hoe reageert de scheidsrechter ?
a. hij laat doorspelen, omdat het niet ruw gebeurde.
b. hij onderbreekt het spel en laat de tegenpartij inwerpen.
c. hij onderbreekt het spel, geeft de inwerper een waarschuwing door het tonen van de gele kaart wegens onbehoorlijk gedrag en laat de tegenpartij inwerpen.
d. hij onderbreekt het spel, geeft de inwerper een waarschuwing door het tonen van de gele kaart wegens onbehoorlijk gedrag en hervat het spel met een indirecte vrije schop voor de tegenpartij.

Vraag 68.
Na afloop van de speeltijd moet de wedstrijd worden verlengd voor het nemen van een strafschop. De bal wordt tegen de lat geschoten en belandt via de rug van de doelverdediger in het doel. Wat beslist de scheidsrechter ?
a. overnemen.
b. geen doelpunt; de strafschop had zijn uitwerking gehad, toen de bal tegen de lat kwam.
c. geen beslissing; de kwestie voorleggen aan de betrokken Bond.
d. doelpunt; de strafschop had zijn uitwerking nog niet gehad, toen de bal tegen de kniw van de doelverdediger kwam.

Vraag 69.
Een strafschop kan worden toegekend:
a. onafhankelijk van de plaats waar de bal zich bevindt, mits hij in het spel is en op het ogenblik dat de overtreding binnen het strafschopgebied plaatsvond, waarvoor een directe vrije schop moet worden toegekend.
b. als de bal zich binnen het strafschopgebied bevindt en deze in het spel is op het ogenblik dat de overtreding, ongeacht de plaats, geschiedde.
c. indien de bal binnen het strafschopgebied is op het ogenblik dat de overtreding plaatsvond.
d. onafhankelijk van de plaats waar de bal zich bevindt en waar de overtreding heeft plaatsge-vonden, indien er sprake is van een gewelddadige handeling.

Vraag 70.
De nemer van de strafschop onderbreekt zijn aanloop vlak voor de bal. Vervolgens loopt hij door en schiet naar het doel. De bal wordt door de doelverdediger gestopt, maar komt echter terecht bij een andere aanvaller, die de bal alsnog in het doel schiet. Hoe reageert de scheidsrechter ?
a. hij keurt het doelpunt goed; deze vorm van misleiden is niet strafbaar.
b. hij keurt het doelpunt af, geeft de nemer een waarschuwing door het tonen van de gele kaart en hervat met een indirecte vrije schop tegen de aanvaller.
c. hij keurt het doelpunt af en hervat met een indirecte vrije schop tegen de aanvaller.
d. hij keurt het doelpunt goed, want het werd gescoord door een andere speler dan de nemer van de strafschop.


Vraag 61.Het juiste antwoord is D
Vraag 62.Het juiste antwoord is A
Vraag 63.Het juiste antwoord is D
Vraag 64.Het juiste antwoord is B
Vraag 65.Het juiste antwoord is C
Vraag 66.Het juiste antwoord is C
Vraag 67.Het juiste antwoord is D
Vraag 68.Het juiste antwoord is D
Vraag 69.Het juiste antwoord is A
Vraag 70.Het juiste antwoord is B